Geen producten in de winkelwagen.

Woordenlijst

  • aandacht

    attention| attention zelfstandig naamwoord oplettendheid, concentratie   Als ik lang moet stilzitten, verzwakt mijn aandacht.
  • aangrijpend [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    saisissant –  touching

    benieuwd – benieuwde
    bijvoeglijk naamwoord

    Ik vind het verhaal van Anne Frank een zeer aangrijpend verhaal

  • aankaarten [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]

    invoquer – bring up

    aankaarten – kaartte aan – aangekaart
    scheidbaar werkwoord

    Ik heb de problemen op school  aangekaart  bij de directeur.

     

  • aanmoedigen [ werkwoord ]

    =deel van het scheidbaar werkwoord “aanmoedigen”.

    encourager – encourager

    aanmoedigen – moedigde aan – aangemoedigd.

    Ik moedig elke zondag mijn favoriete voetbalploeg aan.

     

  • aanschuiven [ werkwoord ]

    se joindre | to join

    werkwoord

    langzaam vooruitgaan in een rij of een file

    Tijdens het eten moesten we even aanschuiven om aan tafel te kunnen zitten.

     

  • afkortingen [ zelfstandig-naamwoord ]

    abbréviation | abbreviation

    zelfstandig naamwoord

    Een woord dat met enkele letters wordt aangeduid en niet volledig geschreven wordt.

    De afkorting a.u.b. staat voor alstublieft en bijv. voor bijvoorbeeld.

  • afroepen

    proclamer | declare

    werkwoord

    Iets hardop uitspreken, bekend maken.

     

    De jury riep de deelnemers van de wedstrijd op alfabetische volgorde af.

  • afronden [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]

    terminer – finish

    afronden – rondde af – afgerond
    werkwoord

    Alina heeft haar studies biologie net afgerond.

  • afstand [ zelfstandig-naamwoord ]

    distance – distance

    de afstand – de afstanden

    zelfstandig naamwoord

    In het verkeer hou je best voldoende afstand van elkaar.

  • akkoord

    accord | agreement

    zelfstandig naamwoord

    Een overeenkomst wanneer personen het eens zijn met elkaar

     

    De drie partijen sluiten een akkoord om het gebouw te renoveren.

  • allebei [ bijwoord ]

    tous les deux – both

    bijwoord

    Ik heb twee kinderen en ze zitten allebei in de middelbare school.

  • Allerheiligen [ zelfstandig-naamwoord ]

    Toussaint – All Saints’ Day

    Op 1 november is het Allerheiligen.

  • allerlei [ onbepaald-voornaamwoord, voornaamwoorden ]

    toutes sortes de – all sorts

    allerlei
    onbepaald voornaamwoord

    Ik heb allerlei lekkere dingen klaargemaakt.

  • Allerzielen [ zelfstandig-naamwoord ]

    La Journée de toutes les âmes – All Souls’ Day

    Op 1 november is het Allerzielen.

  • anderzijds [ bijwoord ]

    d’autre part – on the other hand

    bijwoord

    Enerzijds vind ik het boek wel interessant, anderzijds vind ik het moeilijk om te lezen.

  • auteur

    auteur | author

    zelfstandig naamwoord

    De schepper van een creatief werk

     

    De auteur schreef het boek in 6 maanden.

     

  • basisschool [ zelfstandig-naamwoord ]

    école primaire – primary school

    de basisschool – de basisscholen (= lagere school)
    zelfstandig naamwoord

    Ik heb drie kleinkinderen en ze gaan allemaal naar de basisschool.

  • beeldhouwwerk [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]

    sculpture – sculpture

    het beeldhouwwerk
    zelfstandig naamwoord

    In het museum kan je prachtige beeldhouwwerken uit de Griekse tijd bewonderen.

  • begraafplaats

    cimetière | cemetery

    zelfstandig naamwoord

    plaats waar de doden begraven liggen

     

    Op de begraafplaats bezoekt hij zijn overleden moeder.

  • beheren [ werkwoord ]

    gérer | manage

    werkwoord

    de zorg en verantwoordelijkheid hebben voor iets, onderhouden (vaak administratie)

    Ik beheer een website dus ik zorg altijd dat alles op de website in orde is.

     

  • behouden [ werkwoord ]

    préserver – maintain

    behouden – behield – behouden
    werkwoord

    Laat ons de kleuren van de muren hier behouden.

  • beide

    les deux – both

    beide – beiden =”de twee”
    hoofdtelwoord

    Beide jongens hebben zwart lang haar.

  • bekendmaken

    annoncer | announce

    bekendmaken – maakte bekend – bekendgemaakt

    werkwoord

     

    De jury maakte ’s avonds de winnaar bekend.

    De dader van de overval heeft zichzelf bekendgemaakt.

     

  • beleven [ werkwoord ]

    resentir – experience

    beleven – beleefde- beleefd
    werkwoord

    We beleven altijd veel plezier met de kinderen.

  • belevingscentrum [ zelfstandig-naamwoord ]

    centre d’expérience | experience centre

    zelfstandig naamwoord

    Een plaats waar je op interactieve manier dingen kan bijleren.

     

    In het belevingscentrum kan je op interactieve manier dingen bijleren.

  • beloven [ werkwoord ]

    promettre – promise

    beloven – beloofde – beloofd
    werkwoord

    Ik beloof je dat ik er goed op tijd zal zijn.

     

  • benieuwd [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    curieux – curious

    benieuwd – benieuwde
    bijvoeglijk naamwoord

    Maria is benieuwd naar de reacties op haar voorstel.

  • benutten [ werkwoord ]

    profiter de – take advantage of

    benutten – benutte – benut
    werkwoord

    We moeten onze tijd goed benutten.

  • beperking [ zelfstandig-naamwoord ]

    limitation – handicap

    de beperking – de beperkingen
    zelfstandig naamwoord

    Sammy zit in een rolstoel, maar heeft goed leren leven met zijn beperking.

  • bereik

    range – portée

    het bereik
    zelfstandig naamwoord

    Dit magazine heeft een groot bereik, het heeft meer dan 30.000 lezers.

     

  • berucht [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    mal famé – notorious

    berucht – beruchte
    bijvoeglijk naamwoord

    De president is berucht om zijn straffe uitspraken over vrouwen.

  • bestand [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]

    fichier – file

    het bestand – de bestanden
    zelfstandig naamwoord

    Kan je me de bestanden van de foto’s doorsturen in jpeg-formaat?

  • besteding [ zelfstandig-naamwoord ]

     spending – dépense

    de besteding – de bestedingen
    zelfstandig naamwoord

    Dit weekend was een goede besteding van mijn tijd.

  • bestrijden [ onregelmatig-werkwoord, werkwoord ]

    combattre – combat

    bestrijden – bestreed – bestreden
    werkwoord

    We moeten het ongedierte in onze tent meteen bestrijden met zware middelen.

     

  • bewonderen [ werkwoord ]

    admirer – admire

    bewonderen – bewonderde – bewonderd
    werkwoord

    Ik bewonder je om je inzet voor het goede doel.

  • bezet [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    occupé – occupied

    bezet – bezettte
    bijvoeglijk naamwoord

    Een deel van Palestina is bezet door Israël.

  • bijzonder [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    spécial – special

    bijzonder – bijzondere
    bijvoeglijk naamwoord

    De jongen heeft bijzonder veel talent om te sporten.

  • binnenkort [ bijwoord ]

    sous peu – shortly

    bijwoord

    Binnenkort kunnen we weer heerlijk genieten van zon, zee en strand.

  • blijkbaar [ bijwoord ]

    apparament – apparently

    bijwoord

    Blijkbaar heeft hij weinig zin om te studeren.

  • blijken [ onregelmatig-werkwoord, werkwoord ]

    apparaître – show

    blijken – bleek – gebleken
    werkwoord

    Uit ons onderzoek blijkt dat iedereen heel tevreden is.

  • blind [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    aveugle – blind

    blind – blinde
    bijvoeglijk naamwoord

    De man is blind geboren, hij ziet bijna niets.

  • bloei [ zelfstandig-naamwoord ]

    floraison – blossoming

    de bloei
    zelfstandig naamwoord

    De bloei van de Japanse kerselaar is echt prachtig.

  • boodschap [ zelfstandig-naamwoord ]

    message – message

    de boodschap – de boodschappen
    zelfstandig naamwoord

    Opletten is de boodschap  in het verkeer.

  • boterham verdienen [ uitdrukkingen ]

    gagner sa vie – earn his living

    → zijn boterham met iets verdienen.

    uitdrukking

    Hij verdiende goed zijn boterham/strong> met zijn frituur.

  • bovendien [ bijwoord ]

    en outre – moreover

    bijwoord

    Ik heb geen zin om tv te kijken en bovendien heb ik geen tijd.

  • brouwproces [ zelfstandig-naamwoord ]

    processus de brassage | brewing process

    zelfstandig naamwoord

    bier brouwen, bereiden van bier door koken en vergisten van water, hop en mout en gist.

     

    Het brouwproces om bier te maken duurt niet lang.

  • burgemeester [ zelfstandig-naamwoord ]

    bourgmestre – mayor
    de burgemeester – de burgemeesters
    zelfstandig naamwoord

    De burgemeester gaf een toespraak bij de opening van het nieuwe speelplein.

  • buur [ zelfstandig-naamwoord ]

    voisin | neighbor

    zelfstandig naamwoord

    persoon die naast je woont

    De kat van de buren loopt soms onder de poort door, onze tuin in.

  • dampend [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    fumant – steaming

    dampend – dampende

    bijvoeglijk naamwoord

    Heb je zin een kopje dampende thee?

  • dankzij

    grâce à – thanks to
    omwille van, met de hulp van (positief)
    voegwoord

    Dankzij de hulp, heb ik het goed gedaan.

  • deurwaarder [ zelfstandig-naamwoord ]

    huissier | debt collector

    zelfstandig naamwoord

    ambtenaar bij de gerechten, belast met het doen van gerechtelijke aanzeggingen enz.

    De deurwaarder kwam langs en heeft hun electronica in beslag genomen.

  • diameter [ zelfstandig-naamwoord ]

    diamètre – center line

    de diameter
    zelfstandig naamwoord

    De diameter van de cirkel bedraag 100 centimeter.

  • directeur

    directeur | director

    zelfstandig naamwoord

    Iemand die de leiding heeft.

     

    De directeur van het bouwbedrijf besliste om tien mensen te ontslaan.

  • doctoraatsstudent

    doctorant | PhD student

    zelfstandig naamwoord

    Iemand die aan een universiteit onderzoek uitvoert om de academische titel van doctor te behalen. Je kunt de titel pas halen als je een masterdiploma hebt en een proefschrift of boek uitbrengt over je onderzoek.

    Als doctoraatsstudente aan de universiteit van Leuven heeft zij een nieuw medicijn ontwikkeld.

  • donker [ zelfstandig-naamwoord ]

    the dark| le noir

    zelfstandig naamwoord

    zonder licht, duisternis

    ’s Nachts is het donker en kun je de sterren goed zien.

  • drempel [ zelfstandig-naamwoord ]

    seuil – hindering

    de drempel – de drempels
    zelfstandig naamwoord

    Meisjes moeten over een aantal drempels om naar een voetbalclub te gaan.

  • dringend

    urgent – urgent

    dringend – dringende
    bijvoeglijk naamwoord

    Ik moet dringend naar de wc.

  • drukte [ zelfstandig-naamwoord ]

    tumult – fuss

    de drukte

    zelfstandig naamwoord

    Wat een gezellige drukte op de markt vandaag.

  • editie

    édition | edition

    zelfstandig naamwoord

    Een keer dat een evenement plaatsvindt, een druk van een boek/tijdschrift/krant.

    Het is de vijfde editie van de wedstrijd, we hebben hem al vijf jaar op rij georganiseerd.

  • een rol spelen [ uitdrukkingen ]

     jouer un  rôle – play a role
    → een rol spelen.

    Er zijn weinig toeschouwers op het concert, het koude weer speelt natuurlijk een rol.

  • eerbetoon [ zelfstandig-naamwoord ]

    hommage – tribute

    het eerbetoon – de eerbetonen

    zelfstandig naamwoord

    De stoet is een eerbetoon aan de Heilige Maria.

  • eigen [ voornaamwoorden ]

    propre | own

    bijvoeglijk naamwoord

    iets persoonlijk of privé, eigendom van een persoon.

    Staat vaak in combinatie met een bezittelijk voornaamwoord (mijn, jouw, zijn, haar, ons, … )

    Hij heeft zijn eigen cadeau gekocht.

  • eigenaar [ zelfstandig-naamwoord ]

    propriétaire – owner

    de eigenaar – de eigenaars

    zelfstandig naamwoord

    De eigenaars van het restaurant zijn heel vriendelijke mensen.

  • eiland [ zelfstandig-naamwoord ]

    île – isle

    het eiland – de eilanden

    zelfstandig naamwoord

    Naar het eiland moet je met de boot.

  • elkaar [ voornaamwoorden ]

    les uns les autres – each other

    wederkerig voornaamwoord

    Geeft een wederkerige relatie tussen twee of meer personen aan. In informeel taalgebruik staat soms “mekaar”.

    Mijn broer en zus helpen elkaar. Mijn broer helpt mijn zus en mijn zus helpt mijn broer.

  • engagement

    l’engagement | engagement

    zelfstandig naamwoord

    sociale of morele betrokkenheid bij anderen

    Ze toonden veel engagement tijdens het vrijwilligerswerk.

     

  • erfgoed [ zelfstandig-naamwoord ]

    patrimoine – heritage

    het erfgoed
    zelfstandig naamwoord

    Ons land beschikt over veel waardevol erfgoed.

  • ergeren [ werkwoord ]

    s’irriter – be bothered

    zich ergeren – ergerde zich – zich geërgerd
    werkwoord

    Rachid ergerde zich aan het lawaai van de kinderen.

  • erkenning [ zelfstandig-naamwoord ]

    reconnaissance – recognition

    de erkenning
    zelfstandig naamwoord

    Ik krijg veel erkenning voor mijn werk van mijn baas.

  • faillissement

    faillite | bankruptcy

    zelfstandig naamwoord

    Wanneer een onderneming zijn schulden niet meer kan betalen. Het gerecht neemt de onderneming over.

    Dat bedrijf heeft het faillissement aangevraagd en bestaat nu niet meer.

  • gedichtenbundel [ zelfstandig-naamwoord ]

    recueil de poèmes – volume of poems

    de gedichtbundel – de gedichtenbundel
    zelfstandig naamwoord

    Hij schreef een prachtige gedichtenbundel.

  • geduld [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]

    patience – patience

    het geduld

    zelfstandig naamwoord

    Ik help je meteen, maar je moet nog even geduld tonen.

  • geduldig|geduldige

    patient – patient

    geduldig – geduldige
    bijvoeglijk naamwoord

    Ik wacht geduldig op de trein.

  • geluid [ zelfstandig-naamwoord ]

    bruit – sound

    het geluid – de geluiden
    zelfstandig naamwoord

    De auto maakt een raar geluid, is hij stuk?

  • gemeenschap [ zelfstandig-naamwoord ]

    communauté – community

    de gemeenschap – de gemeenschappen
    zelfstandig naamwoord

    In ons land hebben we de Franstalige, de Duitstalige en de Nederlandstalige gemeenschap.

  • gemeente [ zelfstandig-naamwoord ]

    commune| municipality

    zelfstandig naamwoord

    een dorp of stad bestuurd op lokaal niveau

    Ik woon in een kleine gemeente met niet zoveel inwoners.

  • genieten [ werkwoord ]

    profiter – enjoy

    genieten – genoot- genoten
    werkwoord

    Ik heb echt genoten van de wandeling.

  • genomineerd [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    nommé – nominated

    bijvoeglijk naamwoord

    Dit zijn de genomineerde acteurs voor de Oscars.

  • gevreesd [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    redouté – dreaded

    gevreesd – gevreesde
    bijvoeglijk naamwoord

    De gevreesde storm viel uiteindelijk wel mee.

  • gezellig [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    convivial – cozy

    gezellig – gezellige
    bijvoeglijk naamwoord

    Wat een gezellig restaurant!

  • gidsen [ werkwoord ]

    conduire – conduct

    gidsen|gidste|gegidst
    werkwoord

    Mario gidste ons langs de mooiste plekken en gebouwen in de stad.

  • goed doel

    charité | charity

    zelfstandig naamwoord

    Een fonds of zaak van algemeen belang waar men geld of goederen aan kan geven uit liefdadigheid.

    Ik geef elke maand tien euro aan twee goede doelen.

  • gokken [ werkwoord ]

    parier – gamble

    gokken – gokte – gegokt
    werkwoord

    Rachid gokte op paardenwedstrijden en verloor veel geld.

  • graf

    tombeau | grave

    zelfstandig naamwoord

    De laatste rustplaats voor een overleden persoon

     

    Het graf van de geliefde zanger wordt vaak bezocht door fans.

  • griezelig [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    macabre – spooky

    griezelig – griezelige
    bijvoeglijk naamwoord

    Wat een griezelig kasteel!

  • grondstof [ zelfstandig-naamwoord ]

    ressource | raw material

    zelfstandig naamwoord

    stoffen die in een productieproces gebruikt worden

    Natuurlijke grondstoffen zijn bijvoorbeeld vruchtbare aarde, olie, mineralen en hout.

  • gruwelijk [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    horrible – horrible

    gruwelijk – gruwelijke
    bijvoeglijk naamwoord

    Wat een gruwelijke film!

  • halveren

    réduire de moitié – decrease by half

    halveren – halveerde – gehalveerD
    werkwoord

    Door de nieuwe maatregelen is het aantal besmettingen in ons land gehalveerd.

  • hartstilstand [ zelfstandig-naamwoord ]

    arrêt cardiaque | cardiac arrest

    zelfstandig naamwoord

    conditie waarbij het hart stopt met kloppen

     

    Mijn opa schrok zo hard dat hij een hartstilstand kreeg.

  • haten [ werkwoord ]

    détester – hate

    haten – haatte – gehaat
    werkwoord

    Ik haat het lawaai van de machines.

  • heleboel

    un tas de – a whole lot

    telwoord

    Ik heb een heleboel nieuwe mensen ontmoet vanavond.

     

  • helft

    moitié | half

    zelfstandig naamwoord

    50% van het totaal

     

    De helft van alle scholieren komt in het hoger onderwijs terecht.

  • hendel [ zelfstandig-naamwoord ]

    manette – handle

    de hendel – de hendels

    zelfstandig naamwoord

    Met deze hendel kan je de machine besturen.

  • herdenken [ onregelmatig-werkwoord, werkwoord ]

    commémorer – commemorate

    herdenken – herdacht – herdacht
    werkwoord

    We herdenken op 11 november de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog.

  • herfst [ zelfstandig-naamwoord ]

    automne | autumn/fall

    zelfstandig naamwoord

    derde jaargetijde, najaar.

     

    Van september tot december is het herfst.

  • hersenen [ zelfstandig-naamwoord ]

    cerveau | brain

    zelfstandig naamwoord

    deel van het centrale zenuwstelsel wat zich in het hoofd bevindt zie ook Wikipedia

     

    De hersenen sturen het menselijk lichaam aan.

  • hoewel

    although – although
    de boodschap – de boodschappen
    voegwoord

    Hoewel ik slecht geslapen heb, voel ik me prima.

  • hoofdaandeelhouder

    principaux actionnaires – main shareholders

    de hoofdaandeelhouder – de hoofdaandeelhouders
    zelfstandig naamwoord

    De hoofdaandeelhouder van het bedrijf eiste meer rendement.

  • huid [ zelfstandig-naamwoord ]

    peau – skin

    de huid
    zelfstandig naamwoord

    Mijn huid voelt heerlijk zacht na een bad.

  • huisdier

    animal familier – pet

    het huisdier – de huisdieren

    zelfstandig naamwoord

    Ik heb twee huisdieren: een hond en een kanarie.
  • iets beu zijn [ uitdrukkingen ]

    avoir marre de … – be tired of …

    → Iets beu zijn, iemand beu zijn.
    uitdrukking

    Ik ben het beu dat ik hier altijd alles moet opruimen.

  • in beslag nemen [ werkwoord ]

    confisquer | confiscate

    werkwoord

    confisceren, bezit afpakken

     

    Na de arrestatie is zijn telefoon in beslag genomen.

  • in de lift zitten [ uitdrukkingen ]

    monter – be on the clim

    → in de lift zitten.
    uitdrukking

    Duurzaam winkelen zit al een tijdje in de lift.

  • indirect object [ grammaticale-term ]

    = object indirect – indirect object

    het indirect object beschrijft:

    • met wie, met wat?
    • voor wie, voor wat?

    Voorbeeld: Ik wandel met mijn vrienden door het bos.

  • indrukwekkend [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    impressionnant –  impressive

    indrukwekkend – indrukwekkende
    bijvoeglijk naamwoord

    Het atomium is een indrukwekkende constructie.

  • inheems [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    indigène – native

    inheems – inheemse
    bijvoeglijk naamwoord

    Op onze reis hebben we inheemse stammen bezocht.

  • inslapen

    a. s’endormir | fall asleep

    slaap in – sliep in

    werkwoord

    In slaap vallen

    Ik sliep in tijdens de film.

    b. euthanasier | euthanize

    ingeslapen worden

    werkwoord

    Laten sterven, meestal door ziekte

    Mijn kat werd ingeslapen toen ze al lang ziek was.

  • investeren [ werkwoord ]

    investir | invest

    werkwoord

    tijd of geld inzetten om een bepaald doel te bereiken

    Het is slim om te investeren en niet alleen te sparen.

     

  • invoeren [ werkwoord ]

    introduire | introduce

    werkwoord

    installeren, iets in werking laten gaan

    De nieuwe regel werd ingevoerd vanaf september.

     

  • invullen [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]

    remplir – fill out

    invullen – vulde in- ingevuld
    werkwoord

    Ilona vulde alle formulieren prima in.

  • inzamelen [ werkwoord ]

    collecter, récolter | collect, gather

    werkwoord

    verzamelen, ophalen, bij elkaar brengen (vaak fysieke spullen of geld)

    Ze zamelen geld in voor een goed doel.

     

  • jeugdbeweging [ zelfstandig-naamwoord ]

    mouvement de jeunesse | youth movement

    zelfstandig naamwoord

    Een organisatie die activiteiten organiseert in het weekend voor kinderen en jongeren van 6 tot 18 jaar.

     

    Elke zondag ga ik met mijn vrienden naar de jeugdbeweging.

  • jeugdwerk

    le travail des jeunes | youthwork

    zelfstandig naamwoord

    de verzamelnaam voor jeugdbewegingen en speelpleinwerkingen waaraan de jeugd deelneemt in de vrije tijdElke zaterdagmiddag

    Iedere zaterdag helpt hij met veel plezier bij het jeugdwerk in zijn wijk.

     

  • kampioenschap

    championnat | championship

    zelfstandig naamwoord

    Wedstrijd waarbij de winnaar kampioen wordt.

    Wist je dat WK en EK voor Wereldkampioenschap en Europees Kampioenschap staat?

  • kassierster [ zelfstandig-naamwoord ]

    caissière | cashier

    zelfstandig naamwoord

    vrouw die de kassa van een zaak bedient

    Nadat u uw bestelling heeft geplaatst en betaald, kan de kassierster meteen de volgende klant bedienen.

  • kathedraal

    cathédrale | cathedral

    zelfstandig naamwoord

    Een kerkgebouw en zetel van een bisschop.

     

    Elke zondagochtend gaat de priester een mis voor in de kathedraal.

  • kindergraf

    tombe d’enfant | child’s grave

    zelfstandig naamwoord

    het graf van een kind, laatste rustplaats van een kind

     

    De moeder gaat bloemen leggen bij het kindergraf.

  • klaproos [ zelfstandig-naamwoord ]

    coquelicot – poppy

    de klaproos – de klaprozen

    zelfstandig naamwoord

    De klaproos is een prachtige bloem die in de wilde natuur groeit.

  • klinkend [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    résonnant – prominent

    klinkend – klinkende
    bijvoeglijk naamwoord

    Ons team heeft enkele klinkende namen in de rangen.

  • klok

    horloge | clock

    zelfstandig naamwoord

    Een instrument om de tijd te meten.

     

    Hij keek op de klok hoe laat het was.

  • knol [ zelfstandig-naamwoord ]

    tubercule – turnip

    de knol – de knollen
    zelfstandig naamwoord

    De aardappel is een lekkere knol.

  • knuffelen [ werkwoord ]

    caresser – hug, caress

    knuffelen – knuffelde – geknuffeld
    werkwoord

    Je moet de baby goed knuffelen, dan stopt hij met wenen.

  • koningin

    reine | queen

    zelfstandig naamwoord

    De vrouwelijke monarch van een land of echtgenote van een koning

     

    De koning had veel verdriet om de dood van de koningin.

  • koppig [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    têtu – obstinate

    koppig – koppige
    bijvoeglijk naamwoord

    Mijn man is nogal koppig en luistert nooit naar mij.

  • krachtig

    puissant/fort | powerful

    bijvoeglijk naamwoord

    met grote kracht; sterk.

     

    De wind was zo krachtig dat de bomen omver waaiden.

  • krijt [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]

    craie – chalk

    het krijt

    zelfstandig naamwoord

    De leraar tekent met krijt op het bord.

  • kroon [ zelfstandig-naamwoord ]

    couronne  – crown

    de kroon – de kronen
    zelfstandig naamwoord

    Rachid kreeg een prachtige kroon op zijn hoofd voor zijn verjaardag.

  • kuiken

    poussin | chick

    zelfstandig naamwoord

    Een jonge vogel, nog niet volwassen

     

    Het kuiken leerde vliegen.

  • kunstenaar [ zelfstandig-naamwoord ]

    artiste –  artist

    de kunstenaar – de kunstenaars
    zelfstandig naamwoord

    De kunstenaar gaf een boeiende uitleg bij zijn schilderij.

  • kunstmatig

    artificiel|artifical

    bijvoeglijk naamwoord

    artificieel; niet natuurlijk; door de mens gemaakt

     

    Dat is een kunstmatig eiland aangelegd met tonnen zand.

  • kuuroord [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]

    station de santé – sanatorium

    het kuuroord
    zelfstandig naamwoord

    Ik ben ziek geweest en ga nu een maand naar een kuuroord om te herstellen.

  • kweken [ werkwoord ]

    cultiver – grow

    kweken – kweekte – gekweekt
    werkwoord

    Ik kweek uien en bloemkolen in mijn moestuin.

  • lagedrukgebied [ zelfstandig-naamwoord ]

    zone dépressionaire | low pressure area

    zelfstandig naamwoord

    gebied met lage luchtdruk, waarin het wisselvallig of slecht weer is.

     

    Veel lagedrukgebieden worden een storm.

  • landloper [ zelfstandig-naamwoord ]

     clochard – vagabond

    de landloper – de landlopers
    zelfstandig naamwoord

    In deze stad zie je heel wat landlopers.

  • langsgaan [ werkwoord ]

    rendre visite à – stop by

    langsgaan – ging * langs – langsgegaan

    ik ga langs – jij gaat langs – wij gaan langs

    werkwoord

    Ik ga straks langs bij mijn vriendin.

  • langskomen

    rendre visite – drop by

    (langskomen – kwam langs – langsgekomen)
    werkwoord

    Mijn opa komt elke dag even langs met de hond.”

     

  • leerkracht [ zelfstandig-naamwoord ]

    enseignant | teacher

    de leerkracht – de leerkrachten
    zelfstandig naamwoord

    –> persoon die anderen lesgeeft

    In de klas stelde de leerkracht een vraag aan de leerling.

  • leerling [ zelfstandig-naamwoord ]

    élève – student

    de leerling – de leerlingen
    zelfstandig naamwoord

    De leerlingen van deze klas hebben elke dag veel plezier in school.

  • leren

    apprendre | learn

    leren – leerde – geleerd

    werkwoord

     

    Morgen leer ik mijn eerste woordjes Frans.

    Ze leerden de hond om te gaan zitten.

     

  • levertransplantatie [ zelfstandig-naamwoord ]

    transplantation du foie | liver transplant

    zelfstandig naamwoord

    vervanging van zieke lever door gezonde lever

     

    Omdat ik doodziek was, moest ik een levertransplantatie ondergaan.

  • Lichtvervuiling [ zelfstandig-naamwoord ]

    pollution lumineuse| light pollution

    zelfstandig naamwoord

    Overlast door te veel licht

    In grote steden is er veel lichtvervuiling.

  • lid

    membre | member

    zelfstandig naamwoord

    iemand die behoort tot een groep of organisatie

    Ze is een actief lid van de sportvereniging.

     

  • lijken [ werkwoord ]

    sembler – seem

    lijken – leek – geleken
    werkwoord

    Ahmad leek zich goed te amuseren tijdens de wedstrijd.

  • loeien [ onregelmatig-werkwoord, werkwoord ]

    combattre – beugler

    loeien – loeide – geloeid
    werkwoord

    De koeien loeien omdat ze honger hebben.

     

  • logisch

    logique | logical

    bijvoeglijk naamwoord

    Duidelijk, aannemelijk, evident.

     

    De huidige wereldkampioen zwemmen was de logische winnaar van de zwemwedstrijd.

  • lus

    circuit | loop

    zelfstandig naamwoord

    Een rondje of cirkelvorming parcours, het start- en eindpunt is hetzelfde.

    We maken een lus dus we komen straks weer bij de start aan!

  • medicijn

    médecine | medicine

    zelfstandig naamwoord

    Een middel dat je gebruikt om weer gezond te worden.

     

    Ze neemt veel medicijnen om haar ziekte te bestrijden.

  • meerderheid

    majorité| majority

    zelfstandig naamwoord

    het grootste deel, de meeste mensen

    De meerderheid kiest choco en maar twee kinderen kiezen speculaas.

  • meteen [ bijwoord ]

     tout de suite – right away

    bijwoord

    Kom je meteen na het concert naar huis?

  • minstens

    au moins – at least

    minstens
    bijwoord

    Ik heb minstens twee dagen nodig om mijn kamer op te ruimen.

  • misdaadboek [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]

    roman policier – thriller

    het misdaadboek – de misdaadboeken (thriller)
    zelfstandig naamwoord

    Ik lees elke week een  misdaadboek.

  • misgaan [ werkwoord ]

    mal tourner – go wrong

    misgaan – ging * mis – misgegaan

    werkwoord

    Als er niets misgaat, zal je snel Nederlands leren.

    Ik reed te snel in de bocht en toen ging het mis.

  • modeontwerpster [ uitdrukkingen ]

    créatrice de mode – fashion designer

    → modeontwerpster zijn

     

  • mol

    taupe | mole

    zelfstandig naamwoord

    Een bijna blind zoogdier dat tunnels graaft onder de grond. Figuurlijk: de bedrieger

    In de tuin ligt een hoop zand omdat een mol daar gegraven heeft.

  • mondkap [ zelfstandig-naamwoord ]

    masque bouche nez – mouth cap –


    de mondkap – de mondkappen 

    zelfstandig naamwoord

    Hier moet je een mondkapje dragen in het hele gebouw.

  • nadeel

    désavantage | disadvantage

    zelfstandig naamwoord

    Een ongunstig gevolg van een situatie

     

    Hooikoorts is een nadeel van het mooie weer in de lente.

  • nest

    nid | nest

    zelfstandig naamwoord

    De woonplaats van een dier

     

    Het nest van de vogel zat hoog in de boom.

  • net als [ uitdrukkingen ]

    tout comme – just like

    → net als

    uitdrukking

    Net als mijn broer hou ik van fietsen.

  • netjes [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    soigné – neat

    netjes – net – nette
    bijvoeglijk naamwoord

    Is je kamer netjes gemaakt?

  • nieuwe wending [ zelfstandig-naamwoord ]

    nouveau tournant – new twist

    → nieuwe wending

    uitdrukking

    Het verhaal kreeg een verrassende nieuwe wending.

  • nieuwsanker [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]

    présentateur de nouvelles | news anchor

    zelfstandig naamwoord

    vaste presentator of presentatrice van een nieuwsrubriek of journaal

     

    Hij is nieuwsanker voor het Journaal van 7 uur

  • niezen

    éternuer | sneeze

    nies – niesde – geniesd

    werkwoord

    Met kracht lucht door je neus naar buiten sturen

     

    Van al het stof in de lucht moesten wij hevig niezen.

  • nochtans [ bijwoord ]

    pourtant  -although

    nochtans
    bijwoord

    Iedereen kwam te laat. Nochtans had ik benadrukt dat we op tijd moesten vertrekken.

  • nuttig [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    utile – useful

    bijvoeglijk naamwoord

    Vind je een polshorloge nuttig?

  • oesterzwam [ zelfstandig-naamwoord ]

    pleurote en huître – oyster mushroom

    de oesterzwam – de oesterzwammen

    zelfstandig naamwoord

    Met oesterzwammen kan je heerlijke salades maken.

  • olifant [ zelfstandig-naamwoord ]

    éléphant | elephant

    zelfstandig naamwoord

    groot zoogdier met slagtanden en een slurf

    Olifanten hebben een lange slurf.

  • omheining

    clôture | fence, enclosure

    zelfstandig naamwoord

    een afscheiding rond een terrein

     

    De omheining zorgt ervoor dat onze hond niet wegloopt.

  • ondanks [ voorzetsel ]

    malgré – despite

    ondanks
    voorzetsel

    Hij blijft me vertrouwen, ondanks alle fouten die ik heb gemaakt.

  • onder andere [ uitdrukkingen ]

    entre autres – among others

    → onder andere

    uitdrukking

    Ik ben naar de winkel geweest en heb er onder andere kaas gekocht.

  • onderweg [ bijwoord ]

    en route – on the way

    bijwoord

    We deden een mooie fietstocht,  met onderweg een heerlijke pauze in de velden.

  • onderzoeken [ werkwoord ]

    examiner –  inquire

    onderzoeken – onderzocht – onderzocht

    De professor onderzocht zijn theorieën.

  • ongeluk

    malchance ou accident | bad luck or accident

    zelfstandig naamwoord

    Fenomeen van weinig geluk hebben (ongeluk hebben)

    onverwachte en onaangename gebeurtenis (een ongeluk hebben)

    Hij heeft ongeluk vandaag. Zo had hij een ongeluk in het verkeer.

  • ongetwijfeld [ bijwoord ]

    sans doute  – doubtless

    ongetwijfeld
    bijvoeglijk naamwoord

    Hij heeft mij ongetwijfeld wel gehoord.

  • onlangs [ bijwoord ]

    recemment  – recently

    onlangs
    bijwoord

    Ik heb hem onlangs nog gezien.

  • onschuldig [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    innocent– innocent

    onschuldig – onschuldige
    bijvoeglijk naamwoord

    Iedereen is onschuldig, tot zijn schuld bewezen is.

  • ontbossing [ zelfstandig-naamwoord ]

    déforestation | deforestation

    zelfstandig naamwoord

    het kappen van bomen, vaak op grote schaal

     

    Ontbossing is heel slecht voor de planeet.

  • ontdekken [ werkwoord ]

    découvrir– discover

    ontdekken – ontdekte – ontdekt
    werkwoord

    Mira ontdekte een heerlijk plekje in de zon.

  • ontmaskeren [ werkwoord ]

    démasquer | unmask

    ontmasker – ontmaskerde – ontmaskerd

    werkwoord

    laten zien wie iemand echt is, de warde aard laten zien

    De bedrieger werd ontmaskerd en de zaak was gered!

     

  • ontspannend [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    qui détend – relaxing

    ontspannend – ontspannende
    bijvoeglijk naamwoord

    Een boek lezen vind ik heerlijk ontspannend.

  • ontstaan

    se former – originate

    ontstaan – ontstond – ontstond
    werkwoord

    De wereld is miljarden jaren geleden ontstaan.

  • oorsprong [ zelfstandig-naamwoord ]

    origine – origin

    de oorsrpong – de oorsprongen
    zelfstandig naamwoord

    Waar  is de oorsprong van deze rivier?

  • oorspronkelijk [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    à l’origine – originally

    oorspronkelijk
    bijvoeglijk naamwoord

    Hij komt oorspronkelijk uit Afrika, maar woont al 20 jaar in België.

  • op eigen houtje [ uitdrukkingen ]

    de son propre chef – on your own

    op eigen houtje

    Uitdrukking

    De kleuter ging op eigen houtje wandelen in het bos.

  • opgroeien [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]

     grandir – grow up

    opgroeien – groeide op – opgegroeid
    werkwoord

    Ik ben in het centrum van Brussel opgegroeid.

  • ophangen [ werkwoord ]

    accrocher – put up

    ophangen – hing op – opgehangen

    scheidbaar werkwoord

    Ik hang mijn jas op aan de kapstok.

     

  • opleveren

    aboutir à – produce

    opleveren – leverde op – opgeleverd
    werkwoord

    Mijn inspanningen  leveren eindelijk resultaat op.

  • optreden

    donner un concert/jouer | perform

    werkwoord

    Een uitvoering geven op een podium.

     

    De dansclub heeft opgetreden op het dorpsfeest.

  • overheid

    gouvernement| government

    zelfstandig naamwoord

    het hoogste gezag op een grondgebied

     

    De overheid bepaalt de wetten van het land.

  • overschrijven

    verser – deposit

    overschrijven – schreef over – overgeschreven
    ≈ storten, transfereren
    werkwoord

    Ik zal het bedrag morgen overschrijven op je rekening.

  • overuren kloppen [ uitdrukkingen ]

    faire des heures sup – working overtime

    → overuren kloppen.
    uitdrukking

    Ik klop veel overuren en ik word er niet voor betaal.

  • ovt [ grammaticale-term ]

    =onvoltooid verleden tijd of het imperfectum.

  • peiling [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]

    sondage  – poll

    het voetspoor- de voetsporen.
    zelfstandig naamwoord

    Via een peiling wil de organisatie de tevredenheid van de klanten meten.

  • pensioen

    retraite| retirement

    zelfstandig naamwoord

    Wanneer men stopt met werken, meestal wegens ouderdom

     

    Onze leerkracht moest op pensioen gaan toen hij 67 werd.

  • pittig [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    letterlijk:

    épicé – spicy

    figuurlijk:

    difficile – tough

    pittig- pittige
    bijvoeglijk naamwoord

    Het is een pittige fietstocht, van meer dan 10 kilometer lang.

  • plechtigheid [ zelfstandig-naamwoord ]

    cérémonie – ceremony

    de plechtigheid – de plechtigheden

    zelfstandig naamwoord

    Het was een mooie en serene plechtigheid.

  • poging [ zelfstandig-naamwoord ]

    essai – attempt

    de poging – de pogingen
    zelfstandig naamwoord

    Na enkele pogingen was hij geslaagd voor zijn rij-examen.

  • poging

    tentative | attempt

    zelfstandig naamwoord

    iets proberen

     

    Hij deed een poging om de race te winnen, maar hij was niet snel genoeg.

  • politicus

    politicien | politician

    zelfstandig naamwoord

    Een persoon die een functie in de politiek beoefent

     

    De politicus gaf een toespraak in het Parlement.

  • pompoen [ zelfstandig-naamwoord ]

    citrouille | pumpkin

    zelfstandig naamwoord

    oranje herfstgroente

     

    Met pompoen kan je lekkere soep maken.

  • praktisch

    pratique | practical

    bijvoeglijk naamwoord

    bruikbaar, doelmatig

     

    Het gebruik van mes en vork is tijdens de maaltijd erg praktisch.

  • presenteren

    présenter | present

    presenteer – presenteerde – gepresenteerd

    werkwoord

    Voorstellen, uitgebreid laten zien

     

    Het bedrijf presenteerdehun nieuwe baas.

    Ik moest in de klas mijn spreekbeurt presenteren.

  • prinses

    princesse | princess

    zelfstandig naamwoord

    De dochter van een vorst

     

    Het Belgisch koningshuis heeft nu twee prinsessen.

  • producent

    producteur | producer

    zelfstandig naamwoord

    Een maker van producten, bijvoorbeeld een bedrijf.

     

    Wegens een groot tekort aan cacao konden veel producenten van chocolade niets maken.

  • profiteren

    profiter | benefit

    profiteer – profiteerde – geprofiteerd

    werkwoord

    Ergens voordeel uit halen, nuttig gebruik maken van iets

     

    De wandelaars profiteerden van het goede weer tijdens de lange tocht.

  • recordpoging [ zelfstandig-naamwoord ]

    tentative de record | record attempt

    zelfstandig naamwoord

    Een poging om de beste prestatie te verbreken.

     

    Zijn recordpoging is helaas mislukt, hij haalde niet genoeg punten.

  • regen

    pluie | rain

    zelfstandig naamwoord

    Neerslag in de vorm van waterdruppels die uit de wolken komen vallen.

     

    De aanhoudende regen zorgde voor een zeer nat voetbalveld.

  • regenwoud [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]

    forêt tropical – rain forest

    het regenwoud – de regenwouden (thriller)
    zelfstandig naamwoord

    Het regenwoud is belangrijk voor het klimaat.

  • regisseur [ zelfstandig-naamwoord ]

    réalisateur | director

    zelfstandig naamwoord

    iemand die verantwoordelijk is voor de totale uitvoering van een film

     

    De regisseur wordt ook wel de maker van een film genoemd.

  • renovatie [ zelfstandig-naamwoord ]

    rénovation | renovation

    zelfstandig naamwoord

    Herstellen en zo nodig gedeeltelijk vernieuwen van een gebouw, vooral een woonhuis, waardoor het weer bruikbaar is naar de dan geldende maatstaven

     

    Door de renovatie is het gebouw weer veilig voor bezoekers.

  • repareren

    réparer | repair

    repareer – repareerde – gerepareerd

    werkwoord

    Iets herstellen, weer in orde maken.

     

    Papa brengt de auto naar de garage, daar wordt die gerepareerd.

  • rimpel [ zelfstandig-naamwoord ]

    pli – wrinkle

    de rimpel – de rimpels
    zelfstandig naamwoord

    Hij is bijna 70 en heeft geen enkele rimpel in zijn gezicht.

  • rimpel [ zelfstandig-naamwoord ]

    pli – wrinkle

    de rimpel – de rimpels
    zelfstandig naamwoord

    Hij is bijna 70 en heeft geen enkele rimpel in zijn gezicht.

  • ruil [ zelfstandig-naamwoord ]

    échange  – exchange

    de ruil
    zelfstandig naamwoord

    Uitdrukking: “in ruil voor”, “in ruil”= en échange de –  in change for

    Wat krijg ik in ruil voor een appel en twee eieren?

  • saboteren [ werkwoord ]

    saboter | sabotage

    werkwoord

    iets laten mislukken met kwaad opzet

    Zij werken niet mee en saboteren het overleg.

     

  • scheidbaar werkwoord [ grammaticale-term ]

    = separabel verbum

    Werkwoord dat uit twee delen bestaat.

    Voorbeelden:

    • opbellen
    • afwassen
    • aankomen
  • schepen [ zelfstandig-naamwoord ]

    échevin – council member
    de schepen- de schepenen
    zelfstandig naamwoord

    De schepen van sport gaf een toespraak bij de opening van het nieuwe tennisplein.

  • schommelen

    fluctuer, se balancer | swing

    werkwoord

    Heen en weer of op en neer gaan.

     

    De boot schommelde op de woeste zee.

  • schoonouder [ zelfstandig-naamwoord ]

    beau-parent – parent-in-law

    de schoonouder – de schoonouders

    zelfstandig naamwoord

    Mijn schoonouders komen vanavond op bezoek.

  • schrappen [ werkwoord ]

    barrer- strike

    schrappen – schrapte – geschrapt
    werkwoord

    Ik heb enkele zinnen in je tekst geschrapt.

  • schuld [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]

    dettes – debt

    de schulden
    zelfstandig naamwoord

    Het bedrijf heeft geen grote schulden.

  • sfeer

    ambiance | ambience

    zelfstandig naamwoord

    stemming in een groep personen, of de indruk die een bepaalde plaats wekt

    Op het feest is er een goede sfeer.

  • sinds

    depuis – since

    sinds
    voorzetsel

    Sinds vorig jaar telefoneer ik elke dag met mijn opa.

  • skelet [ zelfstandig-naamwoord ]

    skeleton – squelette
    zelfstandig naamwoord

    Er liggen griezelige skeletten in de grafkelder.

    via GIPHY

  • slagen [ werkwoord ]

    réussir – succeed

    slagen – slaagde – geslaagd
    werkwoord

    Ik ben er eindelijk in geslaagd mijn rijbewijs te halen.

  • sneeuw [ zelfstandig-naamwoord ]

    neige| snow

    zelfstandig naamwoord

    soort neerslag van ijskristallen

     

    Er ligt sneeuw, we kunnen een sneeuwman maken.

  • sneeuwen [ werkwoord ]

    neiger | to snow

    werkwoord

    Vallen van sneeuw.

     

    Het sneeuwt, alles ziet er wit uit buiten.

  • spinnenweb [ zelfstandig-naamwoord ]

    toile d’araignée – spider web

    zelfstandig naamwoord

    Je moet dringend je kamer opruimen, er hangen zelfs spinnenwebben aan de ramen.

    via GIPHY

  • splitsen [ werkwoord ]

    diviser – split

    splitsen – splitste – gesplitst
    werkwoord

    Zullen we de rekening in twee splitsen?

  • stemmen [ werkwoord ]

    voter | to vote

    werkwoord

    officieel verkiezen van iets.

     

    Ik heb gestemd voor pizza in de cafetaria.

  • sterven [ werkwoord ]

    mourir – die

    sterven – stierf- gestorven
    werkwoord

    Mijn opa stierf toen hij bijna 100 jaar oud was.

  • stijgen [ werkwoord ]

    augmenter – increase

    stijgen – steeg – gestegen
    werkwoord

    De waarde van mijn aandelen is flink gestegen.

  • stoer [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    costaud – tough

    stoer – stoere

    bijvoeglijk naamwoord

    Semir is een stoere grote broer.

  • storm [ zelfstandig-naamwoord ]

    tempête | storm

    zelfstandig naamwoord

    zeer hevige wind.

     

    Door de storm is de boom omgewaaid.

  • studentenresidentie [ zelfstandig-naamwoord ]

    cité universitaire | student residence

    zelfstandig naamwoord

    Een verblijfplaats voor studenten in de stad waar ze studeren.

     

    Zij woont in een studentenresidentie.

  • studentenvereniging [ zelfstandig-naamwoord ]

    association d’élèves | student association

    zelfstandig naamwoord

    Een groep studenten die samen samen komen en activiteiten organiseren.

     

    Elke week ga ik naar een activiteit van de studentenvereniging.

  • studeren

    étudier | study

    studeer – studeerde – gestudeerd

    werkwoord

    Informatie verwerken en kennis opdoen voor een bepaalde opleiding

     

    De winnaar van de quiz studeerde geneeskunde aan de universiteit.

    De scholier moest veel studeren voor de toets wiskunde.

  • tegenstand

    opposition | opposition

    zelfstandig naamwoord

    Proberen iets tegen te houden

     

    De uitspraak van de jury kreeg veel tegenstand vanuit de pers.

  • tekening

    dessin | drawing

    zelfstandig naamwoord

    getekende afbeelding

     

    Hij maakte een tekening van een bloem.

  • ten opzichte van

    par rapport à – relative to

    ten opzichte van, afkorting: t.o.v.
    uitdrukking = ‘in vergelijking met’

    Het is vandaag veel kouder ten opzichte van   gisteren.

  • tentoonstelling [ zelfstandig-naamwoord ]

    exposition| exhibition

    zelfstandig naamwoord

    expositie, tentoonstelling van schilderijen

     

    Er is een tentoonstelling in het museum.

  • terechtkomen [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]

    =deel van het scheidbaar werkwoord “terechtkomen”.

    arriver dans – end up

    terechtkomen – kwam terecht – terechtgekomen

    Cléo kwam in een mooi hotelletje terecht tijdens haar trektocht.

     

  • tijdens

    pendant – during

    tijdens
    voorzetsel

    Hij eet zijn boterhammen op tijdens de pauze.

  • tijdperk [ zelfstandig-naamwoord ]

    époque  – era

    het tijdperk – de tijdperken
    zelfstandig naamwoord

    Rachid kreeg een prachtige kroon op zijn hoofd voor zijn verjaardag.

  • toepassen [ werkwoord ]

    appliquer | apply

    werkwoord

    praktisch gebruiken, aan de slag gaan met, in praktijk brengen

    De theorie gaan we nu toepassen in een oefening.

     

  • tot bloei komen [ uitdrukkingen ]

    être en fleur – blossom

    → Tot bloei komen
    uitdrukking, ook figuurlijk gebruikt.

    Voorbeeldzin letterlijk:

    De planten in de tuin komen deze maand tot bloei.

    Voorbeeldzin figuurlijk:

    Op haar nieuwe  komt mijn dochter helemaal tot bloei.

  • traditie [ zelfstandig-naamwoord ]

    tradition| tradition

    zelfstandig naamwoord

    een gebruik of gewoonte

    Het is traditie om met Nieuwjaar vuurwerk af te steken.

  • troost [ zelfstandig-naamwoord ]

    réconfort – comfort

    de troost

    zelfstandig naamwoord

    Mijn neefje was gevallen, dus gaf ik hem een snoepje als troost.

  • uitbater [ zelfstandig-naamwoord ]

    exploitant – manager

    de uitbater – de uitbaters
    zelfstandig naamwoord

    De uitbater van dit hotel is een heel vriendelijke man.

  • uitblinken [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]

    exceller – stand out

    → uitblinken – blonk uit – uitgeblonken
    scheidbaar werkwoord

    Mijn zus blinkt uit in het leren van vreemde talen.

  • uitbraak [ zelfstandig-naamwoord ]

    épidémie – outbreak

    de uitbraak – de uitbraken
    zelfstandig naamwoord

    Door de uitbraak van de epidemie werden duizenden mensen ziek.

  • uitdaging [ zelfstandig-naamwoord ]

    défi – challenge

    de uitdaging – de uitdagingen
    zelfstandig naamwoord

    Het is een grote uitdaging om gezond te eten en te drinken.

  • uitgeholde pompoenen [ zelfstandig-naamwoord ]

    citrouilles évidées – hollowed-out pumpkins

    zelfstandig naamwoord

    Ik heb enkele uitgeholde pompoenen klaar voor Halloween.

    via GIPHY

  • uitgesloten [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    exclu– excluded

    uitgesloten
    bijvoeglijk naamwoord

    Het is uitgesloten dat je nu nog naar huis vertrekt.

  • uitgeven [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]

    dépenser – spend

    uitgeven – gaf uit – uitgegeven
    scheidbaar werkwoord

    Ik heb veel geld uitgegeven tijdens mijn reis naar Griekenland.

     

  • uitkijken [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]

    s’attendre à – look forward to

    uitkijken naar – keek uit naar – uitgekeken naar
    werkwoord

    We kijken al  uit naar het feest.

  • uitleggen [ werkwoord ]

    =deel van het scheidbaar werkwoord “uitleggen”.

    expliquer – explain

    uitleggen – legde uit – uitgelegd

    Ik leg hem geduldig uit hoe je de oppervlakte van een driehoek berekent.

     

  • uitputting [ zelfstandig-naamwoord ]

    exhaustion – épuisement

    de uitputting
    zelfstandig naamwoord

    Ik ben de uitputting nabij, na de wandeling van 40 kilometer.

  • uitschakelen [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]

    éliminer – eliminate 

    uitschakelen – schakelde uit- uitgeschakeld
    werkwoord

    We schakelden de tegenstander makkelijk uit met twee doelpunten.

  • uitvoeren [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]

    exécuter – carry out

    uitvoeren – voerde uit- uitgevoerd
    werkwoord

    De firma voerde alles uit zoals we vroegen.

  • uur

    heure | hour

    zelfstandig naamwoord

    Een eenheid van tijd, 60 minuten.

     

    De tenniswedstrijd duurde maar liefst drie uur.

  • vakmanschap [ zelfstandig-naamwoord ]

    métier  – craftsmanship

    het vakmanschap
    zelfstandig naamwoord

    We genoten van het vakmanschap van de beeldhouwer.

  • valsspelen [ werkwoord ]

    tricher | to cheat

    werkwoord

    Oneerlijk zijn bij een spel, oneerlijk te werk gaan.

     

    De speler heeft valsgespeeld op de wedstrijd.

  • valsspeler [ zelfstandig-naamwoord ]

    tricheur | cheater

    zelfstandig naamwoord

    iemand die niet eerlijk is tijdens het spelen van een spel

     

    De valsspeler probeerde in de kaarten van zijn tegenstander te kijken.

  • veilen

    vendre aux enchères | auction

    veil – veilde – geveild

    werkwoord

    in het openbaar verkopen

     

    Lisa heeft 100 euro gekregen toen ze haar lamp veilde.

  • veiling [ zelfstandig-naamwoord ]

    enchère | auction

    zelfstandig naamwoord

    openbare verkoop bij opbod of bij afslag

    Op de veiling heeft hij 1000 euro geboden voor een houten tafel.

  • veilinghuis [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]

    hôtel de ventes – auction house

    het veilinghuis – de veilinghuizen
    zelfstandig naamwoord

    Veilinghuis Christie’s in Londen verkoopt prachtige kunstwerken.

  • verbazend [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    étonnant – surprising

    verbazend
    bijvoeglijk naamwoord

    Mijn dochter haalde verbazend goede resultaten op haar rapport.

  • verdwijnen [ werkwoord ]

    disparaître – disappear

    verdwijnen – verdwenen – verdween
    werkwoord

    De olifant verdween in de jungle.

  • vereniging

    association | association

    zelfstandig naamwoord

    een organisatie of verbond

     

    Ik zit bij een sportvereniging van 40 mensen.

  • verfijnd [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    élégant – sophisticated

    verfijnd – verfijnde
    bijvoeglijk naamwoord

    Manon heeft een verfijnde voetbaltechniek.

  • vergelijken [ werkwoord ]

    comparer – compare

    vergelijken – vergeleek – vergeleken
    werkwoord

    Kan je dit schilderij vergelijken met wat we gisteren gezien hebben?

     

  • verkiezen [ werkwoord ]

    élire – elect

    verkiezen – verkoos- verkozen
    werkwoord

    Ramira is verkozen tot leider van de groep.

  • verklaren [ werkwoord ]

    expliquer – explain

    verklaren – verklaarde – verklaard
    werkwoord

    Ik kan niet verklaren waarom de kat zo bang is voor mij.

     

  • veroorzaken [ werkwoord ]

    causer – cause

    veroorzaken – veroorzaakte- veroorzaakt
    werkwoord

    De storm veroorzaakte veel schade aan huizen en bomen.

  • verplicht

    obligatoire – mandatory

    verplicht – verplichte
    bijvoeglijk naamwoord

    Hier moet je verplicht links afslaan.

  • verschijnen

    paraître – come out

    verschijnen – verscheen – verschenen
    werkwoord

    Haar boek  verschijnt  in de lente van volgend jaar.

  • verslavend [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    addictif – addictif

    verslavend – verslavende
    bijvoeglijk naamwoord

    Dit computerspel is leuk en echt verslavend.

  • verstoten

    rejeter – renounce, disown

    verstoten – verstootte – verstoten
    werkwoord

     

    We moeten het lammetje zelf opvoeden, want het moederschaap verstootte het bij de geboorte al.

  • vertrouwen

    confiance -confidence

    het vertrouwen
    zelfstandig naamwoord

    Het vertrouwen in onze nieuwe regering is gedaald.

  • vervagen [ werkwoord ]

    brouiller – fade

    vervagen – vervaagde- vervaagd
    werkwoord

    De herinneringen aan mijn kindertijd vervagen met de jaren.

  • verzamelen [ werkwoord ]

    rassembler – collect

    verzamelen- verzamelde – verzameld

    werkwoord

    Ik heb al mijn speelgoed verzameld en opgeruimd.

     

  • vliegen

    voler -fly

    vliegen – vloog – gevlogen
    werkwoord

    Ik heb nog nooit in een helikopter gevlogen.

  • vluchten [ werkwoord ]

    fuir – escape

    vluchten – vluchtte – gevlucht
    werkwoord

    We zijn gevlucht voor het zware onweer.

  • voedsel

    nourriture | food

    zelfstandig naamwoord

    verzamelnaam voor eetbare producten

     

    Dieren zoeken voedsel om te overleven.

     

  • voetspoor [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]

    trace  – footstep

    heet voetspoor- de voetsporen.
    zelfstandig naamwoord

    Hij wordt advocaat en treedt daarmee in de voetsporen van zijn vader.

  • voltooid deelwoord

    = participium

    Voorbeelden:

    • gelezen
    • aangekomen
    • geschilderd
  • volwassen

    adulte | adult

    bijvoeglijk naamwoord

    een bepaalde leeftijd hebben, geen kind meer zijn

     

    Vanaf 18 jaar ben je in België volwassen.

  • voorbije [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    passé – past

    voorbij – voorbije
    bijvoeglijk naamwoord

    Het voorbije jaar is hij vaak ziek geweest.

  • voorheen [ bijwoord ]

    avant – before

    voorheen (≈ vroeger)

    bijwoord

    Jaques is blij met zijn nieuwe bril, voorheen kon hij bijna niets zien.

  • voorlopig [ bijwoord ]

    pour l’instant – for now

    Voor nu, op dit ogenblik, tot een volgend moment

    bijwoord

    Voorlopig regent het niet. Straks misschien wel.

  • voormalig [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    ancien – former

    voormalig – voormalige
    bijvoeglijk naamwoord

    Hier zie je de voormalige fabriek, nu zijn er kantoren.

  • voorselectie

    présélection | preselection

    zelfstandig naamwoord

    Een voorlopige selectie waaruit kan gekozen worden in een finale

     

    De atleet zat niet bij de voorselectie en mocht dus niet deelnemen aan de finale.

  • vrijwillig

    volontairement | voluntary

    bijvoeglijk naamwoord

    zonder dat iemand erom vroeg; uit vrije wil

     

    Mijn zoon hielp vrijwillig met afval opruimen in de buurt.

  • waaien [ werkwoord ]

    souffler | to blow

    werkwoord

    Blazen van de wind.

     

    Doordat de wind waait, is mijn haar in de war.

  • waardevol [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    précieux – precious

    waardevol – waardevolle
    bijvoeglijk naamwoord

    Dit is een waardevol kunstwerk.

  • waarschijnlijk

    probable – probable

    waarschijnlijk – waarschijnlijke
    bijvoeglijk naamwoord

    Het pakketje komt waarschijnlijk morgen aan.

  • waarschuwen [ werkwoord ]

    avertir – warn

    waarschuwen – waarschuwde- gewaarschuwd
    werkwoord

    Ik heb je gewaarschuwd voor slechte vrienden.

  • waarschuwing

    avertissement | warning

    zelfstandig naamwoord

    Aanwijzing voor een toehoorder, meestal voor gevaar.

     

    Waarschuwing: de honden kunnen bijten, dus niet aaien!

  • Wapenstilstand [ zelfstandig-naamwoord ]

    Armistice – Armistice

    Op 11 november herdenken weWapenstilstand.

  • warmte

    chaleur | heat

    zelfstandig naamwoord

    Een vorm van energie die een hogere temperatuur veroorzaakt.

     

    De warmte van de zon droogde de natte was.

  • weerbericht

    bulletin météo | weather forecast

    zelfstandig naamwoord

    programma op de TV of radio waarin men vertelt hoe het weer gaat zijn

     

    Het weerbericht was niet goed vandaag; het gaat heel de week regenen.

  • wegen [ werkwoord ]

    peser -weigh

    wegen – woog – gewogen
    werkwoord

    Hoeveel weegt het pakje?

  • wegens [ voorzetsel ]

    à cause de – due to

    wegens
    voorzetsel

    Wegens het slechte weer gaat de wedstrijd niet door.

  • weldadigheid [ zelfstandig-naamwoord ]

    bienfaisance – benevolence

    de weldadigheid
    zelfstandig naamwoord

    De paters leven dankzij de weldadigheid van de gelovigen.

  • weren

    défense d’entrer | keep out

    weer – weerde – geweerd

    werkwoord

    Zorgen dat iets of iemand niet binnen kan, wegblijft

     

    De ramen weren ons tegen regen en wind.

  • wielerseizoen [ zelfstandig-naamwoord ]

    saison cycliste | cycling season

    zelfstandig naamwoord

    periode van van februari tot oktober waarin wegwedstrijden worden gereden

     

    Tijdens het wielerseizoen zijn er veel wedstrijden.

  • winnen

    gagner | win

    winnen – won – gewonnen

    werkwoord

     

    Argentinië heeft het Wereldkampioenschap voetbal gewonnen.

  • winter

    hiver | winter

    zelfstandig naamwoord

    Het koudste seizoen van het jaar

     

    In de winter valt er vaak sneeuw.

  • woelig [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    turbulent- turbulent

    woelig – woelige
    bijvoeglijk naamwoord

    Ik heb een woelige periode in mijn leven achter de rug.

  • zeep [ zelfstandig-naamwoord ]

    savon – soap

    de zeep
    zelfstandig naamwoord

    De zeep ruikt heerlijk naar vanille.

  • zeevrucht

    fruit de mer | sea fruit

    zelfstandig naamwoord

    Een schelpdier of schaaldier uit de zee, geschikt als voedsel voor mensen.

    Een speciale soort van Belgische chocolade, in de vorm van een zeedier.

     

    In de kuststad Oostende kun je heerlijke zeevruchten eten.

    Mijn oma geeft ons altijd een chocolade zeevrucht wanneer we op bezoek komen.

  • zeldzaam [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    rare – rare

    zeldzaam – zeldzame
    bijvoeglijk naamwoord

    De bever is een zeldzaam dier in onze regio.

  • zelfrijdende auto’s

    voiture sans conducteur – self-driving car

    Ik denk niet dat zelfrijdende auto’s al veilig zijn.

  • zelfs [ bijwoord ]

    même – even

    zelfs
    bijwoord

    Ik ken zijn naam niet, ik kan me zelfs niet meer herinneren dat ik hem ooit ontmoet heb.

  • zender

    chaîne | channel  OF  émetteur | sender

    zelfstandig naamwoord

    Een radio- of tv-station dat programma’s uitzendt   OF   de persoon die iets stuurt/zendt

    Ik wil rustige muziek, zet de radio eens op een andere zender OF De zender van het pakje is de persoon die het verstuurt.

  • zich aanpassen [ werkwoord ]

    = reflexief/ scheidbaar werkwoord ‘zich aanpassen’

    s’adapter – to adjust

    De dieren passen zich goed aan aan de vrieskou.

  • zich verkleden [ werkwoord ]

    se déguiser | dress up as

    verkleed – verkleedde – verkleed

    werkwoord

    kleren aandoen om op iemand anders te lijken (voor feestjes, Carnaval, …)

    Met Carnaval of Halloween verkleden veel kinderen zich als heks of mummie.

     

  • zich voorbereiden [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]

    =deel van het scheidbaar werkwoord “voorbereiden”.

    préparer – prepare

    voorbereiden – bereidde voor – voorbereid

    Nadège heeft zich de hele week voorbereid op het examen.

     

  • zijn mannetje staan [ uitdrukkingen ]

    se débrouiller – te man up

    → zijn mannetje staan.
    uitdrukking: de uitdaging aangaan.

    Hij staat zijn mannetje in de harde bedrijfswereld.

  • zorgeloos [ bijvoeglijk-naamwoord ]

    insouciant – without worries

    zorgeloos – zorgeloze
    bijvoeglijk naamwoord

    We hadden een zorgeloze vakantie in Duitsland.

  • zuurstof [ zelfstandig-naamwoord ]

    oxygène | oxygen

    zelfstandig naamwoord

    stof die je nodig hebt om te ademen

     

    Ik ga buiten een luchtje scheppen, even wat zuurstof nodig.

Door de site te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke blader ervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je klikt op "Accepteren" hieronder, dan geef je toestemming voor het gebruik van Cookies.

Sluiten